Blog

Fem in Fabuleaux FantAsia – deel 3

zondag, 1 april, 2007

NiHao!

China. Wat kan ik zeggen.Van dit idioot grote land heb ik het zuidelijk gedeelte bewonderd, al wandelend door de bergen, fietsend door de boerendorpjes en kruipend door de grotten. Bereisd per hysterische trein -waar het jezelf zo snel & hard mogelijk naar binnen proppen de hobby lijkt-, bus -die je of als een dolle door elkaar schud of zo luxe is als was het een privé-jet- en per paard -jawel, per paard, net als in de film! Afstanden als van Nederland naar Polen leg je af en nog verblijf je in dezelfde provincie.De massa’s niet engels sprekende mensen en lelijke kleine hondjes houden niet op, net zo min als het gerochel en gekwijl.

Alles wat leeft ziet hier kans gegeten te worden. In de slaaptrein werd me heel lieflijk kippenpoot -alsin letterlijk: de poot met nagels en al-aangeboden. Hallelujaaa, ik ben vegetariër! Zonder me hypocriet te voelen weiger ik het schildpaddenvlees, de apenhersens en de dode hond.

Het is een bizar land. Zelfs naar de wc gaan is een hele belevenis. Als er al deurtjes zijn komen ze niet hoger dan je borst, bovendien gaan ze zelden op slot en klappen dan ook weer vrolijk open als je goed en wel gehurkt boven het gat in de grond zit. Als je geluk hebt -en dat heb ik vaak- hang je tegenover een oud omaatje die alle oergeluiden die ze in haar kleine lijfje heeft ten gehore brengt -hard, heel erg hardop! Sowieso moet alles zo luid mogelijk, als een soort wedstrijd: wie schreeuwt er het hardst door zijn mobiel, wie slurpt er het hardst zijn noedels naar binnen en wie-o-wie-in-het-ganse-land toetert het hardst vanuit z’n voertuigje. Die heeft gewonnen!

Om van al deze hysterie bij te komen heb ik een week in een heus martial-arts school geleefd om TaiChi te leren. Ik kreeg de lessen van de enige echt Master Fu -ook al net als in de film- en dit alles in het decor van indrukwekkende karstformaties. Een mooi oosters inzicht is dat de mensen die je op je pad vindt, je belangrijkste leermeesters zijn. Nou ontmoet ik nogal uiteenlopende types, van vrije hippies tot mentaal in de warre Israeliërs. Een Jantje Smith draaiende Nederlander -wat op zich ook als mentale stoornis zou kunnen gelden- en een welgebekte, grappige New Yorkse. Daarbij natuurlijk miljoenen Chinezen. En als ik dan zo alleenig een berg beklim, het leven langs me zie vliegen in de vorm van prachtige vlinders en vogels, een stap verder de meest betoverende watervallen zijn, voel ik me een ware wereldontdekker!

Als ik dan boven kom staat de, met de bus gebrachte groep Chinese toeristen, allen met dezelfde gele petjes op, te luisteren naar de hevig met de vlag zwaaiende gids die door haar megafoon schreeuwt.

Heerlijk, China

Het is wonderschoon te verdwalen in het onbekende.

Ik ben net terug van een 2daagse trek door de Tiger Leaping Gorge, alwaar ik geen tijger trof. En nu kocht ik de halve schilderwinkel op om morgen met m’n materialen de straatkinderen van Kunming van de straat te houden. Ik ga als vrijwilliger helpen in een tehuis hier, de bedelende kinderen braken m’n hart. Ik laat het gehele politieke regime hier buiten beschouwing, het is simpelweg teveel om te schrijven en wat weet ik er nou helemaal van, maar interessant is het zeker.

Intussen vraag ik me af of mijn eeuwige behoefte de wereld te redden van al het kwaad puur egoïstisch is, om zo mijn eigen hart te laten bloeien… trouwens, als dat zo is, maakt dat dan weer wat uit…

Al wat ik voor nu hoop is dat de schoffies morgen niet heel hard de verf over m’n hoofd gooien en tegen m’n been aanschoppen.

Fem in Fabuleaux FantAsia – deel2

dinsdag, 27 februari, 2007

Mooie datum voor een verhaaltje!

Ik heb weer een nieuw stukje Azië leren kennen en een nieuw stukje ikke. Ik heb namelijk een berg beklommen, jawel, een heuse echte berg. Mnt. Kinabalu te Sabah, Maleisië, net even iets anders dan de grachtenheuveltjes in Amsterdam… Het was belachelijk zwaar, totaal onvoorbereid als ik ben klom ik 8,5 km steil omhoog op niet ingelopen sneakers, beschikte ik niet -en mijn mede klimgenoten wel- over winterjassen, thermo-ondergoed voor op de top en lampjes voor op je kop.

De 2e klimdag begon ’s nachts om 02.00 en ik was me lichtelijk zorgen aan het maken maar gelukkig was daar de mooie maan om me voldoende bij te schijnen. En met 7 lagen kleren aan was nr.1 vijand niet de kou maar het moeilijk tot niet adem kunnen halen. Ik dacht serieus dat ik gek werd, daar mezelf omhoog hijsend aan touwen. Maar de lucht begon te kleuren op het moment dat ik de laatste klimmende stappen zette: de top en de zonsopgang! Zo onbeschrijflijk mooi, echt wonderbaarlijk en zeer zeker al het gevloek en de blaren waard!

Op Sabah heb ik nog meer wonderen der natuur mogen aanschouwen. De orang-oetans, die als wees of huisdier zijn gevonden en in Sepilok, rehabilitation centre, weer leren te overleven in de jungle! Op turtle-island heb ik in de nacht een groene reuzeschildpad eieren zien leggen om vervolgens net uit het ei gekropen babytjes uit te zetten in de oceaan. De oceaan, daar waar ik tijdens het snorkelen Nemo heb gevonden en prachtige vissen zag die leken te zweven alsof de tijd niet daar was en zij de eeuwige dans der oceaan deden. De onderwaterwereld is fantastisch!

Op valentijnsdag was ik in de wolken, letterlijk, ik vloog naar Macau, een soort in Portugese/Chinese stijl gegoten Las Vegas ten zuiden van China. Bovendien een uurtje met de boot naar Hong Kong, m’n volgende bestemming. Ik bedacht dat Mari Angela, een 6pack chica, daar soort van woonachtig is dus ben een weekje in haar leven gestapt. Van het supergrote vuurwerk met chinees nieuwjaar -wat we niet zagen omdat we achter te hoge gebouwen aan het rondrennen waren maar het klonk magisch- tot aan twister & diner-picknick tijdens de Hongkongse licht&geluidshow! Het is een overweldigende stad, alles schreeuwt, de reclames, neon, mensen-chinezen zijn hysterisch-, gebouwen en het duurt even maar uiteindelijk vind ik Hong Kong leuk. Ja. Met dank aan Mari A. de Lorenzo!

En dan bevind ik me nu in het land der totale onverstaanbaarheid: China, de stad Guangzhou. Engels wordt hier niet gesproken dus leek het me grappig om hier nou eens naar de kapper te gaan. Het gebaar “kort” werd begrepen en dat is wat het is, kort… Na anderhalf uur knippen, föhnen en sprayen ziet het eruit als een kruising tussen een waar potten- & olde wievenkapsel. Echt, niet te doen. Als ik mezelf in de spiegeling van de winkelruiten zie kan ik niet anders dan heel hard lachen. Ik vertrouw geen chinees meer met schaar en te lange pinknagels… En kan iemand me vertellen waar al dat gore gerochel voor nodig is, produceren Chinezen gemiddeld meer slijm of wat?!

Na 1 dag hier heb ik al zoveel bizarre taferelen gezien dat ik zeker weet dat dit een memorabel verblijf wordt.

Met de Chinese vertaling van “ik eet geen vlees, vis (nee,dat mot ze ook niet) & kip (ja, dat is ook een dier dus nee, dat mot ze ook niet) op zak ga ik!